Verblijf op Aarde

Hartplatform / Hart- en bloedvaten / Hartziekten

 





























































































 

Hartritmestoornis

Als u heel erg geŽmotioneerd bent, ontroerd, kwaad, opgewonden, verliefd, of als iemand u de schrik van uw leven bezorgd, lijkt het even of uw hart er helemaal mee ophoudt. Uw hart mist een slag of het slaat op hol. U heeft dan een ritmestoornis. Een gewone en gezonde. Het is ongevaarlijk, duurt maar kort en gaat vanzelf weer over.

Het wordt anders als de ritmestoornis regelmatig en langdurig optreedt en er dikwijls geen verband is te leggen met uw emoties. De cardioloog kan u dan medicijnen voorschrijven die verdere ritmestoornissen moeten voorkomen.
Het hart is een spier die als een pomp werkt. Het bestaat uit een rechter en een linker helft die allebei bestaan uit een boezem en een kamer (respectievelijk: atrium en ventrikel). De kamers van het hart zijn groter en dikker dan de boezems en produceren daarom meer spierkracht. Het bloed komt eerst in de boezem. Die trekt samen zodat het bloed doorstroomt naar de kamer. Die trekt dan ook samen. Zo kan het hart het bloed over het hele lichaam verdelen. De samentrekking van de kamer is voor het pompen belangrijker dan die van de boezem. De linkerkamer is verbonden met de grote lichaamsslagader, de aorta, de rechter met de longslagader. Beide helften pompen in hetzelfde ritme en tempo: ze trekken tegelijkertijd samen. Tussen de boezems en de kamers zitten de hartkleppen. Deze voorkomen dat het bloed de verkeerde kant opstroomt.

Het hart wordt bij elke slag op gang gebracht door een kleine elektrische prikkel, een stroomstootje, die in het hart zelf wordt opgewekt. Dat gebeurt in de sinusknoop, een plek in de rechterboezem. De sinusknoop zorgt ervoor dat de boezems samentrekken. Het stroomstootje wordt doorgegeven via de boezem naar een volgend 'station': de atrio-ventriculaire knoop of AV-knoop. De elektrische stroom wordt vervolgens via een bundel doorge-geven aan de kamers. De kamers beginnen samen te trekken nadat het stroompje (prikkel) daar is aangekomen.
De AV-knoop is belangrijk voor het hartritme: de kamers mogen niet te snel na de boezems samentrekken, omdat het bloed dan niet genoeg tijd heeft om van de boezems naar de kamers te stromen. De AV-knoop houdt de elektrische impuls daarom even vast, zodat de kamers precies op het goede moment samentrekken.
U kunt uw eigen hartritme voelen door uw pols te voelen. Een hartritme is zichtbaar te maken door een hartfilmpje, ook wel elektrocardiogram of ECG genoemd. Het verschil in elektrische activiteit tussen boezems en kamers is te zien op het ECG in de vorm van kleine respectievelijke grote golfjes.

We spreken van een hartritmestoornis of aritmie als er iets aan de hand is met de elektrische stroom die het hart doet samentrekken. Het hart trekt oftewel te snel oftewel te langzaam samen of de boezems en kamers trekken niet in de juiste volgorde samen. Er zijn diverse soorten hartritmestoornissen en het is van belang dat de cardioloog achterhaalt welk soort stoornis u heeft, omdat de behandeling, al dan niet met medicijnen, nauwkeurig afgestemd moet zijn op het ritmeprobleem.
De meest voorkomende vorm van een ritmestoornis is
boezemfibrilleren. Daarbij is er een chaotische elektrische prikkeling van de boezems waardoor deze vrijwel geen bloed naar de kamers pompen. De AV-knoop wordt dan als het ware gebombardeerd met de zeer vele boezemprikkels.
Een andere stoornis betreft
boezemflutter. Daarbij trekken de boezems zeer snel samen (250 tot 300 slagen per minuut) terwijl de kamers veel langzamer, maar toch nog altijd te snel en dikwijls onregelmatig volgen. Tussen boezems en kamers kan een abnormale elektrische verbinding bestaan, een andere dan de gewone AV-knoop. De hartkamers slaan zeer snel en op eigen houtje zonder te 'wachten' op het boezemritme. Als er een zieke plek in een van de beide hartkamers, geeft die plek ook zijn eigen stroomstootjes af, onafhankelijk van de sinusknoop. Dit gebeurt plotseling en in een hoger tempo dan het normale hartritme. De hartkamers trekken te snel samen, en de pompfunctie van het hart vermindert, soms zo ernstig dat het hart stilstaat. Bij ventrikel- of kamerfibrilleren lopen ontelbare elektrische prikkels door elkaar.

Een te langzaam kloppend hart kan verschillende oorzaken hebben die zelden met medicijnen zijn te behandelen. Een stoornis van een snel kloppend hart kan te wijten zijn aan veel alcoholgebruik, koffie drinken, sigaretten roken, of cocaÔne- en amfetaminegebruik. Vaker treedt het snelle kloppen op als gevolg van van een ziekte van de kransslag-aderen, een hartklepafwijking, of van een te snel werkende schildklier. Daarnaast treedt het vaker op bij ouderen; 75% van de mensen met boezemritmestoornissen is ouder dan 65 jaar. Kamerritmestoornissen kunnen optreden wanneer iemand een acuut  hartinfarct krijgt. Als medicatie uw hartritmestoornissen niet kunnen voorkomen kan uw cardioloog overwegen om een pacemaker of een inwendige defibrillator bij u te implanteren.

Verschijnselen van hartritmestoornissen zijn:

  hartkloppingen of een bonzend hart
  (meer) pijn op de borst, druk, een beklemd of benauwd gevoel
  transpireren, misselijkheid
♥   kortademigheid
♥   een licht gevoel in het hoofd, duizeligheid, 'zwart' voor de ogen
♥   buiten kennis raken
♥   angst
♥   hyperventilatie

Medicijnen: bij een ernstig risico is medicijnbehandeling nodig. Bij kortdurende klachten kunnen medicijnen een belangrijke rol spelen. Het is echter de vraag of bij langdurig gebruik van medicijnen de voordelen opwegen tegen de nadelen. Een alternatief als een pacemaker of katheterablatie is dan misschien effectiever.
De werking van de medicijnen is er op gericht de aanvallen te beperken en de aanvallen zalf zoveel mogelijk te voorkomen. Als ze toch optreden kunnen medicijnen ervoor zorgen dat de aanvallen minder klachten geven.
De meest gebruikte medicijnen bij hartritmestoornissen zijn:
♥   
♥ 
 
♥    (=anticoagulantie)
♥   

(Naar boven)













Pacemaker die vlak onder de huid is geÔmplanteerd en die het hart een beetje moet helpen.












In rust maakt het hart onge-veer 60 tot 70 pompslagen per minuut. Bij inspanning kan dat oplopen tot 160 of bijvoor-beeld 180 slagen per minuut. Wanneer u 's nachts in bed ligt kan het hartritme dalen tot zo'n 30 ŗ 40 slagen per minuut. Wanneer u slaapt heeft u niet meer nodig dan dat. Een lagere hartslag is ook normaal wanneer u bepaalde medicijnen (bŤta-blokkers) gebruikt.








Een ECG, oftewel hartfilmpje.
























































© 2004 - 2006  J.M.J.F.Janssen - Hilversum