Verblijf op Aarde

Centraal Melkwegstelsel

Aberratie
De zeer geringe beweging in de schijnbare positie van een ster, veroorzaakt door het draaien van de Aarde, tussen de tijd dat het licht van een ster het objectief van een telescoop bereikt en de tijd dat dit licht het oculair bereikt.
Absorptie
Het tegenhouden en doen verminderen van lichtdoor materiedeeltjes, dat het onderweg tegenkomt.
Albedo
Planeten zelf zenden geen licht uit. Hun 'albedo' is de verhouding van het licht dat weerkaatsen, tot het licht dat ze van de Zon ontvangen.
Aphelium
Het punt van de elliptische baan van een planeet, komeet of planeto´de, als deze op de grootste afstand van de zon staat.
Apogeum
Het punt van de maanbaan, waar deze het verst van de Aarde staat. Dit begrip is ook van toepassing op kunstmatige satellieten.
Astero´den
Materieklompen met afmetingen tussen de 1 en 700 km doorsnede, waarvan de baan om de zon vooral ligt tussen Mars en Jupiter.
Astronomische eenheid
Een afstandsmaat in de astronomie. Het is de gemiddelde afstand van de Aarde tot de zon (149.600.000 km).
Atmosfeer
Het omhulsel van gassen dat een hemellichaam omgeeft en daar wordt vastgehouden door de zwaartekracht.
Aurora (Poollicht)
Lichtverschijnselen, veroorzaakt door de energetische straling van de zon, die gassen in de bovenste delen van de atmosfeer exciteren.
Azimuth
Een co÷rdinaat die gebruikt wordt om hemellichamen vast te leggen.
Baan
De weg die een hemellichaam volgt.
Binnenplaneet
Een planeet die dichterbij de Zon staat dan de Aarde (Venus en Mercurius).
Bolvormige sterhoop
Een sterhoop die bolvormig is en wel een miljoen oudere sterren kan bevatten. Ze worden gevonden in de halo van de Melkweg.
Breedte
Een van de co÷rdinaten die gebruikt worden om hemelobjecten vast te leggen. Het is de hoekafstand van het object boven de horizon.
Breedte en lengte
Twee co÷rdinaten die gebruikt worden om in het eclipticasysteem om posities aan de hemel vast te leggen.
Buitenplaneten
De planeten waarvan de banen buiten die van de Aarde liggen.
Cephe´de (veranderlijken)
Sterren die regelmatig helderder en zwakker schijnen. Ze worden gebruikt om afstanden van sterren te meten.
Chromosfeer
Het deel van de atmosfeer van de Zon, dat tussen de fotosfeer (het lichtgevende deel) en de corona ligt.
Conjunctie
De punten in een baan, waar een hemellichaam schijnbaar vlak bij een ander hemellichaam stat. Dan staan beide, vanaf de Aarde gezien, op ÚÚn lijn.
Co÷rdinaten
De co÷rdinaten van een of ander punt zijn de afstanden tot vaste referentie-assen, die gewoonlijk rechte hoeken met elkaar maken. De co÷rdinaten kunnen loodrechte afstanden zijn van de referentie-assen of hoekafstanden (d.w.z. de hoek tussen de referentie-as

en de lijn) van het punt waar de referentie-assen elkaar snijden (de oorsprong) en het punt in kwestie.
Corona
De buitenste laag van de atmosfeer van de Zon. Deze is slechts zichtbaar gedurende een zonsverduistering.
Declinatie
Een co÷rdinaat, gebruikt om sterposities vast te leggen.

Donkere nevels
Wolken van stof en gas die de ruimte er achter verduisteren. Ze komen vooral voor in de 'schijven' van spiraalstelsels, waarin nieuwe sterren geboren worden.
Doppler-effect
Een effect dat tot gevolg heeft, dat de golflengte van licht langer wordt van een ster die van ons af beweegt. Het licht schijnt dan roder (de roodverschuiving).
Driehoeksmeting
Dit is een methode om afstanden van dichtbijstaande sterren te meten. De gevraagde afstand vormt een van de zijden ven aan driehoek en de straal van de Aardbaan een andere. De afstand wordt indirect gevonden door de hoeken van de driehoek te meten.
Dubbelsterren
Een paar sterren die om elkaar heendraaien. Ongeveer 50% van alle sterren behoren tot een dubbelster.
Dwergsterren
Kleine, zwakke sterren. De meeste sterren in het heelal zijn dwergsterren, maar veel ervan zijn te klein om ontdekt te worden.
Eclips
Het verschijnsel, dat een hemellichaam voor een ander langs gaat en deze afschermt.
Eclipticavlak
De jaarlijkse schijnbare baan van de Zon langs de hemelbol.
Emissielijnen
Heldere lijnen die te zien zijn in het spectrum van een heet gas. Ze worden gevormd, als de individuele atomen bepaalde golflengten van het licht uitzenden.
Equatoriale opstelling
Een manier om een astronomische telescoop op te stellen, zo dat deze slechts om een as hoeft te draaien om precies de beweging van de sterren

(veroorzaakt door het draaien van de Aarde) te volgen.
Extragalactische nevel
Melkwegstelsels buiten ons eigen Melkwegstelsel (de Melkweg).
Excentriciteit
Een wiskundige term om
de vorm van een baan te definiŰren. Een cirkelvormige baan heeft een excentriciteit van 0. (De Aardbaan is bijna cirkelvorming: zijn excentriciteit is 0,017). Banen met excentriciteit 0 en 1 zijn ellipsen en banen met excentriciteit groter dan 1 zijn hyperbolen.
Eigenbeweging
De beweging van een ster ten opzichte van de Zon veroorzaakt, dat haar positie elk jaar een klein beetje verandert. Het verschil in positie elk jaar, wordt eigenbeweging genoemd.
Fase
De verschillende verschijningen van de Maan, Mercurius en Venus, als een verschillend deel van hun verlicht halfrond gezien wordt vanaf de Aarde.
Flare of vlam
Een explosie in de chromosfeer van de Zon.
Fotografische magnitude
De magnitude van een ster, gemeten op een fotografische plaat. Deze is gevoeliger voor blauw en ultraviolet licht dan het oog. Bij sterren met bepaalde kleuren verschilt de fotografische magnitude van de visuele magnitude.
Fotosfeer
Het zichtbare oppervlak van de Zon.
Fraunhoferlijnen
Absorptielijnen in
het spectrum van de Zon.
Galactische nevels
Wolken van gas en stof in het spiraalvlak van de Melkweg.
Getijden
Het hoog- en laagwaterniveau op Aarde wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de Maan en in mindere mate door de Zon.


Getijden treden ook op in dubbelsterren, vanwege de aantrekkingskracht van elke ster op het oppervlak van de andere.
Groene straal
Een flits die schijnbaar door de ondergaande zon wordt uitgezonden. Deze wordt in werkelijkheid veroorzaakt door de breking van het licht in de atmosfeer.
Halo
De bolvormige wolk van oudere sterren die de rest van de Melkweg omringt.
Hemelbol
Een denkbeeldige bol die gebruikt wordt om punten aan de hemel vast te leggen. De waarnemer zelf bevindt zich in het midden van de bol.
Hertzsprung Russel diagram
Een soort grafiek waarin elke ster wordt voorgestel door een stip. De absolute magnitude van een ster wordt uitgezet


langs de ene as en de kleur langs de andere as. Het is van belang sterren te classificeren naar hun leeftijd.
Horizon
Een van de referentieassen in een systeem van astronomische co÷rdinaten.
Intergalactische materie
Kleine hoeveelheden materie in de ruimte tussen de melkwegstelsels.
Jaar
Hiervoor zijn verschillende maten. Het anomalistisch jaar is de tijd die nodig is voor een baan om de Zon van perihelium naar perihelium. Een siderisch jaar is de tijd die de Zon er over doet om op eenzelfde plaats ten opzichte van de sterren te komen. Het tropisch jaar is de tijd tussen twee passages (door de Zon) van het lentepunt.
Kleurindex
Een maat voor de kleur van een ster. Het is het verschil tussen de zichtbare helderheid en de helderheid die wordt vastgelegd met een fotografische plaat, die voor een ander golflengte
-gebied gevoelig is dan het oog.
Knoop
De banen van de planeten liggen alle in enigszins verschillende vlakken. De knopen zijn de twee punten waar de baan het vlak van de Aardbaan (het eclipticavlak) snijdt.
Komeet
Een klomp materie die om de Zon draait in een elliptische, parabolische of hyperbolische baan. Een staart van gas wordt uitgedreven, als hij dicht bij de Zon is.
Kosmische stralen
Zeer energierijke deeltjes die voortdurend de Aarde vanuit de
ruimte bereiken. De atmosfeer absorbeert de meeste ervan. Enkele komen van de Zon, maar van de meeste denkt men dat ze hun oorsprong hebben buiten ons zonnestelsel.
Lentepunt
Het punt waar de Zon schijnbaar van het zuidelijk halfrond naar het noordelijk halfrond van de hemelbol gaat.
Libratie
Een op- en neergaande en heen- en weergaande beweging die verband houdt met de draaiing van de Maan om de Aarde.

Lichtjaar

De afstand die het licht in een jaar aflegt. Een afstandseenheid om afstanden van sterren te meten. Een lichtjaar is 9.460.000.000.000 km.
Maan
De natuurlijke satelliet van de Aarde. De Maan is in verhouding zo'n grote satelliet, dat men denkt dat de Aarde en Maan een dubbelplaneet vormen.
Maansverduistering
Een verduistering van de Maan. Deze vindt plaats, als de Maan in de

schaduw treedt, die door de Aarde geworpen wordt.
Magelhaanse wolken
De melkwegstelsels die het dichtst bij het onze staan. Ze zijn slechts op het zuidelijk halfrond zichtbaar.
Astronomen denken dat deze twee melkwegstelsels een drieling vormen met ons Melkwegstelsel.
Magnitude
De schijnbare magnitude van een ster is een maat voor de helderheid ervan, gezien vanaf de Aarde. Heldere sterren noemt men van de eerste magnitude. De zwakste sterren die met het blote oog gezien kunnen worden, zijn van de zesde magnitude. Op deze schaal hebben helderder sterren, zoals de Zon, een negatieve magnitude. Sirius heeft een magnitude van -1,6 en de schijnbare magnitude van de Zon is -26,8.
Melkweg
Het Melkwegstelsel waarvan de Zon en dus ook de Aarde deel uitmaakt.
Meteoren
Materiedeeltjes die om de Zon draaien. Als ze door de aardatmosfeer gaan, worden door de wrijving verwarmd en zijn dan lichtgevend.
Meteorieten
Meteoren die het Aardoppervlak bereiken, voordat ze volledig verbrand zijn door de wrijvingswarmte.
Nadir
Het punt verticaal beneden de waarnemer, waar de verticale lijn door zijn positie de hemelbol snijdt.
Nevels
Een begrip dat alle soorten nevelachtige objecten omvat, die niet in sterren in sterren opgelost konden worden met vroegere telescopen. Enkele nevels zijn in feite melkwegstelsels buiten onze Melkweg, andere zijn sterhopen of wolken van materie binnen de Melkweg.
Nova
Dit zijn sterren die plotseling helderder worden. Hun helderheid komt terug tot de normale waarde na enkele dagen of na enkele jaren. Astronomen vermoeden, dat Novae oudere sterren zijn, die uitzetten als ze grote hoeveelheden energie voortbrengen.
Nutatie
Een kleine variatie in de draaiende beweging van de Aarde om haar as.
Occulatie
Dit gebeurt, als de Maan of een planeet voor een ander hemellichaam langsgaat.
Ontsnappingssnelheid
Dit is de snelheid die een voorwerp nodig heeft om te kunnen ontsnappen aan de aantrekkingskracht van een hemellichaam.
Open sterhoop
Groepen van jongere sterren, samen met stof en gas dat vrij is.
Oppositie
Het punt in een planeetbaan, als de planeet op eenzelfde lijn staat met de Zon en de Aarde, met de Aarde in het midden.
Overgang
Een overgang vindt plaats, als een van de hemellichamen uit het zonnestelsel beweegt over de schijf van een ander hemellichaam (bijvoorbeeld als Mercurius of Venus, gezien vanaf de Aarde, over de zonneschijf bewegen).
Parallax
Een hoek die gebruikt wordt om afstanden van sterren te meten. Het is de halve hoek tussen de Aarde aan een kant van haar baan, de ster en de Aarde aan de andere kant van haat baan.
Parsec
Een afstandseenheid, gebaseerd op de parallax. Als de parallaxhoek een seconde is (1/3600 van een graad), dan noemt men de afstand 1 parsec (1 parsec = 3,26 lichtjaar).

Penumbra

Het minder donkere gedeelte van een schaduw bij een verduistering, die de donkere umbra omringt.
Perigeum
Het punt van de Maan, als deze het dichtst bij de aarde staat.
Perihelium
Het dichtste punt van een planeet of komeet tot de Zon.
Polaris (Poolster)
De ster die bij benadering de positie van de noordpool van de Aarde aangeeft.
Populaties
Verdelingen van sterren volgens hun leeftijd. De oudere sterren worden Populatie II genoemd en de jongere sterren Populatie I.
Precessie
Omdat de Aarde niet geheel bolvormig is, draait ook haar as rond, of precesseert.


Protuberans
Een wolk van heet, lichtgevend gas, uitgestoten door het zonsoppervlak.
Radioastronomie
Een tak van de astronomie waarin de radiogolven die door sterren of wolken worden uitgezonden, worden bestudeerd.
Radiotelescoop
Een instrument om radiogolven van sterren of satellieten op te vangen.
Rechte klimming
Een co÷rdinaat die gebruikt wordt op sterkaarten.
Regel van Bode
Een regel om de afstanden van de planeten tot de Zon te bepalen. Deze regel heeft geen wetenschappelijke basis.
Reuzesterren
Enorme, heldere sterren, waarvan vele uitzetten.
Revolutie
De beweging van een hemellichaam in haar baan.
Rillen
Scheuren in het oppervlak van de Maan, van een onbekende diepte.
Rode Reus

Een enorme rode ster, bijvoorbeeld Betelgeuze.
Roodverschuiving
De verschuiving in de golflengte van het licht van een ster naar het rode einde van het spectrum.
Rotatie
De tollende beweging van een hemellichaam om haar eigen as.
Satelliet
Een hemellichaam dat om een planeet draait.
Siderische periode
Dit is de tijd die, gezien vanaf de Zon, een planeet nodig heeft om een omloop om de Zon af te leggen ten opzichte van de sterren.
Siderische tijd
Tijd, gebaseerd op de rotatie van de hemelbol.

Solstitium (zomer en winter)
De posities die ingenomen worden op het eclipticavlak door de Zon op de 21ste of 22ste juni en op de 21ste of de 22ste december.
Spectograaf
Een instrument om het licht dat van een ster ontvangen wordt, op te splitsen in de kleuren waarui het bestaat. Deze kunnen dan afzonderlijk bestudeerd worden.
Spectroheliograaf
Een instrument dat gebruikt wordt om de Zon te fotograferen in het licht van een golflengte (monochromatisch licht).
Spectroscopische dubbelsterren
Twee sterren die zo dicht bij elkaar staan,
dat ze door een telscoop als ÚÚn ster gezien worden. Hun dubbele voorkomen kan alleen worden waargenomen, als hun licht wordt opgesplitst met een spectograaf.
Spicules
Bewegende materiesprietjes in de chromosfeer van de Zon.
Spiraalstelsel
Melkwegstelsels, zoals de Melkweg, waar de helderste sterren geconcentreerd zijn in de spiraalarmen van een schijf.
Ster
Een groot, heet gasvormig lichaam, zoals de Zon, die haar eigen licht uitzendt.
Sterhoop
Een groep sterren die werkelijk gegroepeerd zijn (en niet alleen maar lijken, vanaf de Aarde gezien).
Sterrenbeelden
Een verdeling van sterren in groepen, hoofdzakelijk gebruikt om bepaalde gebieden aan de hemelbol te identificeren. Er zijn 88 sterrenbeelden.
Stralingsdruk
De kracht die uitgeoefend wordt door welke straling dan ook (warmte en licht) op welk object dan ook.
Superreus
Een zeer grote ster.
Surge
Een kort bestaande verstoring in de chromosfeer van de Zon.
Synodische periode
De tijd die een hemellichaam uit het zonnestelsel erover doet om een omloop te om de Zon volbrengen, gezien vanaf de Aarde.
Twinkelende sterren
Sterren twinkelen niet. Het effect wordt veroorzaakt door kleine veranderingen in de brekingsindex van de aardatmosfeer.
Uitdijend heelal
De theorie, die stelt dat het hele heelal langzaam uitzet.
U
mbra
De donkerste gedeelten die gedurende een eclips in de schaduw geworpen worden of het donkerste, centrale gedeelte van een zonnevlek.
Uurhoek
Een co÷rdinaat die wordt gebruikt om posities aan de hemel vast te leggen (zie declinatie).
Vallende sterren
Een andere naam voor meteoren.
Van Allen-gordels
Dit zijn gordels van geladen deeltjes die de Aarde omringen. Ze werden ontdekt met behulp van kunstmatige satellieten.
Veranderlijke sterren
Sterren waarvan de helderheid varieert. De helderheid van enkele sterren varieert regelmatig. Drie procent van alle zichtbare sterren zijn veranderlijke sterren.
Visuele dubbelster
Een paar sterren die dicht bij elkaar staan, maar van elkaar te onderscheiden zijn met een telescoop.
Visuele magnitude
De magnitude van een ster, zoals die met het oog gezien wordt. Deze kan verschillen van de fotografische magnitude.
Walvlakten
Zeer uitgebreide kraters op de Maan.
Wetten van Kepler
1. De banen van de planeten zijn elliptisch met de Zon in een brandpunt.
2. Een lijn, van de planeet naar de zon getrokken, beweegt zich over gelijke oppervlakken in gelijke tijden.
3. De tijdsduur voor een planeet om haar baan om de Zon af te leggen, neemt toe met de afstand van die planeet tot de Zon.
Zenith
Het punt op de hemelbol direct boven de waarnemer.
Zodiac
Het deel van de hemelbol rond de baan van de Zon langs deze bol. Er liggen twaalf belangrijke sterrenbeelden in.
Zodiacaal licht
Een zwakke lichtkegel die zichtbaar is na zonsondergang en voor zonsopgang. Astronomen vermoeden dat het zonlicht is dat weerkaatst wordt door stof in de ruimte tussen de Zon en de Aarde.
Zoeker
Een klein telescoopje dat in staat is, een groot veld aan de hemel waar te nemen. Het is verbonden met een grotere telescoop en wordt gebruikt om deze in positie te brengen.
Zon
De dichtstbijzijnde ster van de Aarde en de bron van vrijwel alle Aardse energie.
Zonneconstante
De totale straling, ontvangen in een minuut, op een oppervlak van een vierkante centimeter, die geplaatst is onder een rechte hoek met de zonnestralen, net buiten de aardatmosfeer.
Zonne-energie
De energie, uitgezonden door de Zon, die geproduceerd wordt door
kernreacties in de Zon.
Zonnestelsel

De Zon met haar planeten, meteorieten, kometen en stof.
Zonnevlek
Een donkere plek op de fotosfeer van de Zon, die tweeduizend graden kouder is dan de rest van de Zon.

 

ę Copyright 2004 - 2006  J.M.J.F.Janssen - Hilversum