Verblijf op Aarde

Babypicture van het heelal
 



Sterrenkaart bekijken

 

 

//vertraging , dus hoe lang de tekst zichtbaar issnelheid van faden//tekstkleur//kleur bij mouse-over//achtergrondkleur//lettertype//lettergroottekies uit Plain,Bold,Italic,BoldItalic//plaats in fader van de tekst ( vanaf links )//plaats van de tekst vanaf boven//breedte tekstblokafstand tussen de regels//tekst 1 Hierachter kan een nieuwe tekst worden toegevoegd//url 1//url 2, verander deze ook mee als je meer teksten wilt invoeren






Gebruik hierboven de muiswijzer om een Zwart gat te bekijken


















 
 















































 
 



















































 
 
 
 
 
 
 
Ontdekken van wat er boven ons hoofd is

De Aardmens is altijd al nieuwsgierig geweest naar wat er zich boven zijn hoofd afspeelde. Hij had zijn Aarde nog niet in kaart gebracht, of hij probeerde datgene wat hij waarnam als hij omhoog keek te ontrafelen. Hij liet er allerlei theorieën op los. De Griekse filosoof Aristoteles was van mening dat het heelal uit 55 con-centrische ringen bestond met daarin sterren en planeten, en die in verschillende snelheden rondom de Aarde draaiden.

In nevenstaande illus-tratie heeft hij de omgevingen van de Zon, Maan en zichtbare planeten geordend. Opmerkelijk is de plaats die hij de Zon had toegedacht, namelijk in een baan tussen die van Venus en Mars in. Maar ook de Griekse astronoom uit de tweede eeuw, Ptolemeus, steunde Aristoteles in zijn opvattingen, die veer-tien eeuwen lang stand hielden. Van de Arabieren is bekend dat zij in de Middel-eeuwen de astronomie in leven hielden. Zo zijn er in de geschiedenis allerlei vooraanstaande geleerden geweest die hun eigen opvattingen over het heelal hadden. Die opvat-tingen werden met de werkelijkheid bijgesteld, naarmate er meer nauwkeurige instrumenten werden ontwikkeld, waarmee observaties konden worden gedaan.

Verkijken
Een van die Aardse geleerden die de wetenschap op het gebied van de astro-nomie een stuk vooruit bracht was de Nederlander Christiaan Huygens (wis- en natuurkundige, 1629-1695). In die tijd waren er velen die de telescoop hadden uitgevonden. Naar alle waarschijnlijkheid werd de eerste telescoop in 1608 in Holland gemaakt door Hans Lippershey, een brillenmaker uit Middelburg. Op een dag waren twee kinderen in zijn zaak aan het spelen met enkele van zijn lenzen. Hij constateerde, dat als ze bepaalde lenzen in een zekere positie hielden, het weerhaantje op de kerktoren in de buurt veel groter leek. Hij monteerde de lenzen in een buis en verkocht de uitvinding aan de Nederlandse overheid. Maar het idee verspreidde zich zo vlug dat eind 1609 in Londen telescopen werden gemaakt.
Galileo Galileï hoorde ook van de Hollandse uitvinding en maakte zelf ook een telescoop. De telescopen werden steeds groter en onhanteerbaar.
Christiaan Huygens slaagde erin telescopen te ontwikkelen die hanteerbaar waren voor één persoon. Hij verwierp het idee van houten pijpen en monteerde de objectieflens op een ingekeepte paal. Door aan een koord te trekken kon hij de lens omhoog of omlaag bewegen. Het oculair zette hij op enige afstand. In plaats van één lens als oculair te gebruiken, nam hij een combinatie van twee lenzen, hetgeen een duidelijker beeld opleverde. Met deze ontwikkeling had hij een achromatisch stelsel uitgevonden die de chromatische aberratie opheft. De chromatische aberratie, geeft beelden met gekleurde vlekken aan de randen. Hij nam als eerste een satelliet van Saturnus waar en ontdekte dat Saturnus door een platte ring was omgeven.
Het was Isaac Newton die in 1668 met een stelsel van spiegels de eerste reflector  maakte (spiegelkijker; dit in tegenstelling tot de refractoren, de lenzenkijkers). Nadien zijn er talloze verbeteringen op dit ontwerp aangebracht. Omstreeks het midden van de negentiende eeuw waren de meest voorkomende telescopen refractors die gekoppeld waren aan een uurwerkmechanisme, zodat ze automatisch de baan van een object langs de hemel konden volgen.
De terugkeer naar de grote moderne telescopen (de zgn. reflectoren) begon toen Foucault in 1856 astronomische spiegels maakte door een dun laagje zilver aan te brengen op een glasoppervlak. Die methode wordt in grote lijnen nog steeds toegepast. En omdat in 1934 bleek dat aluminium meer licht reflecteert dan de verzilverde tegenhanger, werd er weer een stap vooruit gezet in de ontdekking van nieuwe werelden. De grootste spiegel in de Hale teles
coop op de Mount Palomar, heeft een doorsnede van 5 meter, is bedekt met aluminium en weegt 17 ton. Er kijkt nooit iemand door deze telescoop, want er worden alleen maar foto's genomen.

Moderne telescopen
De belangrijkste eis voor een telescoop, voor zover die voor gewone doeleinden wordt gebruikt, is dat hij in staat is kleine en verre voorwerpen te vergroten. De astronoom zal zeker niet ontkennen dat dit uiterst wenselijk is, maar de belangrijkste functie van een telescoop op astronomisch gebied is eenvoudig het verzamelen van licht. Het licht van de Zon, de Maan en de heldere planeten bereikt de Aarde in zekere overvloed. Maar de hemel-lichamen waar de astronomen de meeste belangstelling voor hebben, staan op zulke onmetelijke afstanden van ons zonnestelsel, dat hun helderheid duizenden malen zwakker is dan dat van de Maan. Een sprong vooruit is de introductie van de radioastronomie.

ESO New Technology Telescope (NTT) is een project van de Europese organisatie voor astronomische research. ESO opereert zijn astronomische observaties vanuit Chili.

Radioastronomie houdt zich bezig met radiogolven. Als een ster explodeert en een supernova wordt, straalt zij een enorme hoeveelheid energie in de vorm van licht uit. De ster lijkt veel helderder. Behalve het zichtbare licht zendt de ster ook andere soorten straling uit: onzichtbare infrarode stralen, ultraviolette stralen en radiogolven. Al deze soorten straling worden sterker in het supernova-stadium. De kracht van de explosie stuwt in een versnelde beweging wolken van geladen deeltjes weg van de ster. Hierdoor ontstaan wervelende en snel veranderende magnetische velden. Telkens wanneer geladen deeltjes door magnetische velden bewegen, ontvangen ze energie die ze uitstralen als magnetische golven. Een van de normale golven die door neutrale waterstof-atomen wordt uitgezonden, heeft een golflengte van 21 centimeter. Elektromagnetische golven van deze golflengte zijn radiogolven. Ze spreiden zich vanuit hun bron in alle richtingen uit en planten zich voort met de lichtsnelheid (lichtgolven zijn ook een soort elektromagnetische stralen, maar van een veel kortere golflengte).
Radiogolven worden uitgezonden door alle melkwegstelsels en vele sterren, waaronder de Zon. De Zon is geen erg 'heldere' radioster, maar gedurende periodes van zonnevlekken-activiteit nemen haar uitzendingen radiogolven toe. Heldere bronnen van radiogolven hoeven niet noodzakelijk tevens heldere zichtbare objecten als sterren te zijn.
Eigenlijk komen de radiogolven uit de donkere gebieden van de hemel, donkere wolken van stof en waterstofgas, waar waterstofatomen in het samentrekkings-proces bezig zijn met het vormen van nieuwe sterren. Radiogolven zijn onzicht-baar en kunnen niet worden opgevangen door optische telescopen. Ze kunnen worden opgevangen door een radioantenne. De radiogolven veroorzaken uiterst kleine stroompjes in de antenne. De stroompjes kunnen worden versterkt, gesorteerd en omgezet in hoorbare geluiden, net als in een gewone radio-ontvanger.
Radiotelescopen zijn grote antennes die ontworpen zijn om zoveel mogelijk radiogolven van een ster of melkwegstelsel op te vangen. Ze kunnen automatisch in een grafiek worden vastgelegd en gedetecteerd worden. De radiospiegel van een radiotelescoop is paraboolvormig en kan vele tientallen meters in doorsnee zijn. De kleinere spiegel in het brandpunt van de optische telescoop is hier vervangen door de antenne en alle golven worden hierop samengebracht.

Negeren van atmosferische invloeden
Omdat de Aardse atmosfeer de vervelende eigenschap heeft om bepaalde delen van het infrarood volledig 'op te eten' (absorberen) worden infrarood-observatoria altijd hoog in de bergen aangetroffen, omdat er minder atmosferische ruis voorkomt. Om nog minder last te hebben van de atmosfeer wordt ook gebruik gemaakt van instrumenten die aan ballons zijn bevestigd. Zo'n ballon, gevuld met heliumgas, kan op een hoogte van 40 km uren, tot wel enige dagen achtereen werkzaam zijn. Bediening geschiedt gedeeltelijk automatisch en gedeeltelijk langs radiografische weg. Ook worden vliegtuigen gebruikt die op een hoogte van 12 km kunnen vliegen. Het bekendste 'vliegend observatorium' is het Kuiper-observatorium, genoemd naar wijlen prof. dr. G.P. Kuiper (1905-1974), Nederlands astronoom met een succesvolle carrière in de Verenigde Staten. Dit NASA-vliegtuig is uitgerust met een 91 cm-telescoop, geschikt voor infrarood-observaties. Het is de grootste telescoop die met een vliegtuig kan worden gebruikt.

Helemaal ideaal is het om dit soort observaties geheel buiten de atmosfeer te kunnen doen. De ontwikkeling van de ruimtevaart heeft het mogelijk gemaakt om in satellieten, ruimtevaartuigen en ruimtestations, apparatuur te installeren voor het maken van de gewenste astronomische plaatjes. Nederlandse wetenschappers waren er als de kippen bij om vanuit de ruimte waarnemingen te doen. In samenwerking met de Verenigde Staten werd de IRAS (Infra Rood Astronomische Satelliet) ontwikkeld die in 1982 gelanceerd werd. De hoofdkijker bevatte een spiegel van 60 cm. Ogenschijnlijk niet groot, maar er moesten vele andere problemen overwonnen worden zoals bijvoorbeeld de koeling, dat een ingewikkeld vraagstuk bleek voor die dagen.
Echter met de komst van de Hubble (waarnemingssatelliet met permanente telescopische beschikbaarheid) in 19
90 kon aan veel wensen van de astronomen voldaan worden.

(Naar boven)



Aristoteles, Griekse filosoof, die het heelal in 55 ringen indeelde met de Aarde als middelpunt. Een opvatting waar de Rooms Katholieke Kerk zich zeer in kon vinden en elke andere opvatting over het heelal in de ban deed, inclusief de auteur van die opvatting.


























Christiaan Huygens

 

 

 

 



















Reflector van Newton







Hierboven de telescoop van het Isaac Newton obverva-torium in La Palma (links), met een spiegeldiameter van2,54 mtr. Het totale gewicht bedraagt 90 ton.





















 




Opname gemaakt door de NTT telscoop van de ESO van het zuidelijke gebied van de spectaculaire N44 regio in de grote Magellanic Wolk. Deze galaxie is een van de bekende satelliet-galaxies van de Melkweg in het zuidelijke gebied op een afstand van 170.000 lichtjaar. Hij bestaat uit veel giant nebular complexen met zeer hete en heldere sterren die ultraviolette straling uitzenden temidden van gloeiend interstellaire gaswolken.





































Interieur van het Kuiper observatorium in het NASA-vliegtuig.



De IRAS satelliet, waarin Nederland een groot aandeel had.

© Copyright 2004 - 2006  J.M.J.F. Janssen - Hilversum