Verblijf op Aarde

 
 











Klik op de kaart voor een interactieve map van Nederland, waarbij ook een keuzemogelijkheid is voor satellietbeelden i.p.v. het kaart.materiaal















 
 




































 
 
 
Geschiedenis van de 'Lage Landen'

Met het aanbreken van een nieuw geologische tijdperk Kwartair, begonnen de contouren van de huidige Lage Landen aan de Noordzee hun huidige vorm te krijgen. De lage landen zagen er in de Romeinse tijd tot het einde van de derde eeuw uit, zoals dit plaatje laat zien.
De Benedenrijnse laagvlakte was aan een voortdurend proces van daling onderworpen. Tijdens het Pleistoceen, de eerste fase van het Kwartair die duurde tot ongeveer tienduizend jaar geleden werd het klimaat in deze streken beheerst door zeker een tiental ijstijden. Ze duurden elk vele tienduizenden jaren en werden afgewisseld door warme perioden. Gedurende de koude perioden werden de Noordelijke Nederlanden twee keer bedekt met zware pakken landijs ter dikte van zo'n 225 meter.
De eerste sporen van menselijk leven dateren uit de Holsteinien, zo'n 200.000 jaar geleden. In de Middennederlandse stuwwallen zijn eenvoudige stenen werktuigen uit die periode gevonden.
Tussen 75.000 jaar voor Christus en 8.000 jaar voor Christus schoof opnieuw een ijsdek over Noord-Europa. Ongeveer 30.000 jaar geleden moest de toen hier aanwezige Neanderthaler wijken voor de Homo Sapiens, de moderne mens. Naast de jacht op klein en groot wild nam ook de visvangst in betekenis toe. In 1955 is bij Pesse in Drente het oudste schip van de wereld gevonden, dat zo'n 9.000 jaar geleden gemaakt werd.

Met de intrede van sikkels, dissels, graafstokken, hakken, houwelen, maalstenen en vijzels deed een nieuwe landbouwcultuur zijn intrede, de bandkeramiekers. Zij zorgden in de Nederlanden voor een beslissende omwenteling op maatschappelijk gebied. In hun nederzettingen ontstond een toenemende economische en sociale differentiatie op basis van de eerste vormen van grondeigendom Het individu scheidde zich af van de gemeenschap en dat vereiste nieuwe vormen van bestuur, waarin priester-koningen waarschijnlijk een belangrijke rol speelden.
Een van de nieuwe culturen die over de Lage Landen golfde was de trechterbeker-cultuur, die zich omstreeks 27000 voor Chr. op het Drentse plateu vestigde. Een van de kenmerken zijn de hunebedden. Voor het vervoer van de zware stenen waren 500 man nodig en dat vereiste de mobilisatie van tal van dorpen.
Toen tegen 1700 v. Chr. de steentijd een einde nam kwam er de bronstijd. Naast bronzen voorwerpen kwamen ook gelijdelijk aan ijzeren voorwerpen in omloop. IJzeren wapens en uitrustingsstukken als paardebitten hielpen een heersende kaste in het zadel. De versterkte heuvelforten bij Nijmegen tonen aan dat de gewelddadigheid toenam. Na 70 begon een periode van rust die twee eeuwen duurde.

Voor de Romeinse tijd is de bodem waarop we wonen het rijkste archief. We weten vrijwel niets uit oude geschriften en maar heel weinig uit inscripties op gesteenten. De belangrijkste kennis hebben archeologen gekregen uit opgravingen. De Romeinen zorgden in de eerste eeuw van onze jaartelling voor cultuurintroductie en handelsactiviteiten. De Romeinen legden wegen aan en bij tal van doorwaad-plaatsen werden bruggen gebouwd en steden gevormd. Via Nijmegen had men verbinding met het waterrijke uiterst noordwestelijke deel van het Romeinse rijk, dus met Vechten, Utrecht, Voorburg en Katwijk.
Toen de greep van de Romeinen in de vierde eeuw minder krachtig werd, kregen in deze streken de Franken het voor het zeggen. Zij waren bondgenoten van de Romeinen en zorgden er voor dat het vernis van de romanisering ook de volgende eeuwen zichtbaar bleef. Toch kabbelde  het Romeinse rijk langzaamaan af en raakte handel en nijverheid in verval. Germaanse volken uit Centraal Europa vestig-den zich hier en namen hun tradities mee. Ze bouwden koninkrijken op waarvan dat van Clovis het belangrijkste werd, vooral omdat het de steun kreeg van de Rooms Katholieke kerk. Vanaf de zevende eeuw werd een intensieve missionering gestart. Op tal van plaatsen werden abdijen opgericht. Veel tegenstand boden de Friezen, omdat ze in de kerstening een instrument zagen van Frankisch imperialisme. Willibrordus, die onder protectie van de Franken de eerste bisschop van Utrecht werd, moest die stad ijlings verlaten toen ze weer in Friese handen kwam, en Bonifatius, die later in Friesland ging missioneren, werd vermoord.

Vanaf de achtste eeuw begon de zee zich terug te trekken. In het nieuwe landschap, waar de schapenteelt zich ontwikkelde, vormden de herenhoeven, de villae, de kern van de economische bedrijvigheid. Na 1050 brak opnieuw een economische bloeiperiode aan. Wallen, poorten en torens omgaven de steden. Er ontstond in de elfde eeuw een sterke groei van de bevolking. Door een betere bespanning kon het paard als trekkracht voor de ploeg gespannen worden. De grote Zeeuwse eilanden kregen al in de tiende eeuw een volledig dijkenstelsel, dat in één keer werd ontworpen en uitgevoerd. Ook voor de waterhuishouding van de rivieren werden in de Noordelijke Nederlanden bedijkings- en afwateringswerken ondernomen.
In de veertiende eeuw behoorde de Nederlandse stad Gent tot de grootste van Europa. Gent telde 55.000 inwoners. Leiden, Arnhem, Zutphen en Utrecht hadden respectievelijk 1.400, 3.000, 4.000 en 8.000 inwoners.


(Naar boven)











Opname van Nederland gemaakt uit de ISS (International Space Station) op ruim 600 km hoogte.

 

 

 

 

 

 

Stenen voorraadpot uit ca. 1800 v. Chr. gevonden bij het Uddelermeer op de Veluwe



Hunebed van Loon in Drente

 










Ruïne Romeinse thermen bij Heerlen, 200-400 n. Chr.
















Karolingische fibula, einde achtste eeuw. Gevonden bij Wijk bij Duurstede, toen nog Dorestad geheten.

 

 






Met deze schepen ging Willem de Veroveraar in 1066 naar Engeland


















Pagina uit de 'Annales' van Gillus le Muitsit uit 1349, met op het miniatuur het kerkhof van Doornik tijdens de pestepidemie.

© Copyright 2004 - 2006  J.M.J.F.Janssen - Hilversum