Verblijf op Aarde



C O L U M N

T E R U G

Vorige columns










Kantongerecht Hilversum



















































T E R U G








































































































T E R U G
update: 4 november 2007

Rechtshulp

Locatie: zitting van de Huurcommissie Hilversum in het kantongerecht aan de ’s Gravelandseweg te Hilversum.

In veertien zaken hebben huurders aan de Bussumse Ceintuurbaan de Huurcommissie gevraagd de servicekosten, respectievelijk de voorschotbedragen te doen vaststellen omdat deze volgens hen veel te hoog uitvielen. Zaaknummer twaalf is aan de beurt. Van de Nederlandse Grontmij is een prima in het pak gestoken advocaat aanwezig om de belangen van de verhuurder te verdedigen. Aan de andere kant stonden twee, enigszins door de reuma gedwongen voorovergebogen, stokoude dametjes. Ze waren dik over de tachtig als ze al niet de negentig gepasseerd waren en schoven op het bij hun leeftijd behorende tempo met rollator en wandelstok de zittingszaal in. Ze wilden ons een handje geven, maar dat hoefde niet. Hun handtasjes lagen voor hen op tafel en ze omklemden deze zeer stevig alsof daar hun hele vermogen in verborgen lag. Behalve als de voorzitter of advocaat iets zeiden, dan vormde zich één hand als een schelp rond hun oor om van het gesprokene niets te missen.
De voorzitter legt uit waar we het vanmiddag over zullen hebben. De dametjes hebben niet voor de slachtofferrol gekozen en interrumperen de voorzitter door op hoge toon te stellen dat het om de servicekosten gaat die nu al vele jaren vierhonderd euro per maand bedragen.
"Per maand" herhalen ze, in een poging tot het gezelschap aan de andere kant van de tafel door te dringen. De voorzitter probeert vriendelijk uit te leggen dat de dames van de Huurcommissie mogen verwachten dat deze weet waar het hier over gaat. De aanwezigheid van die mijnheer in dat mooie gestreepte pak begrepen ze niet helemaal. De voorzitter legt uit dat die mijnheer de verhuurder vertegenwoordigt.
"Oh, dus hij staat aan onze kant."
Dat was voor de voorzitter reden om te vragen of zij niet bij de rechtswinkel zijn geweest en of men daar niet met hen wat afspraken voor ondersteuning heeft gemaakt.
Ondersteuning hadden zij niet nodig, met rollator en wandelstok komen ze een heel eind, het-geen de commissie toch kon zien. Een beetje langzaam, maar het gaat. 
Ik ging er nog eens goed voor zitten en voorvoelde dat deze vrij eenvoudige zaak nog aardig kon uitlopen.
Ja, zij waren bij de rechtswinkel geweest. En daar heeft men gezorgd dat het hier bij de Huurcommissie op tafel kwam. De voorzitter probeerde de dametjes voorzichtig terug te brengen naar de inhoud van de rapporten. Hun oude gezichtjes lieten zien dat ze het niet begrepen. Ik deed ook een poging door hen te vragen of ze niet een stapel papier hadden thuis gestuurd gekregen. Dat hadden ze wel ontvangen.
"Maar, u heeft het belangrijkste niet bij u", probeerde ik op een gemoedelijke toon.
"Wat bedoelt mijnheer?"
"Dat u dat rapport, dat met de post naar u toe is gestuurd niet bij u heeft. U zou daar nu  commentaar op kunnen geven."
“Oh, dat rapport.”
Ja, dat hadden ze wel bij zich. Zat natuurlijk in die handtasjes, waar ze het verder ook lieten zitten. Want ze gaven eerlijk toe dat ze er toch geen snars van begrepen. Al dat cijfermateriaal. Je kon hen wel van alles wijsmaken. Van lieverlee richtte de voorzitter zich tot de advocaat van de verhuurder. Hij was het met de rapportage van het voorbereidend onderzoek eens, mits de Huurcommissie de onlangs alsnog ter hand gestelde nadere gegevens in haar beschouwing zou betrekken. Aan de dametjes zag je dat ze respect hadden voor die paar mooie woorden.

Aan het dossier was toegevoegd een brief van de rechtswinkel, en waarvan ik de inhoud integraal weergeef.

Geachte Huurcommissie,
De rechtswinkel heeft de bewoners van de Ceintuurbaan te Bussum geadviseerd en geholpen bij het opstarten van de procedures betreffende de servicekosten. Nergens is ooit aangegeven dat de rechtwinkel ook als gemachtigde op zou treden.
Graag had ik bij de zitting aanwezig willen zijn, maar helaas was dat niet mogelijk. Ten aanzien van het rapport heb ik de volgende opmerkingen:
Op maandag 29 oktober is bij de rechtswinkel extra informatie binnengekomen die bijgevoegd zouden moeten worden bij het rapport van voorbereidend onderzoek. Het is voor mij niet mogelijk om deze facturen te controleren en in te schatten wat dit voor gevolgen zou hebben voor het rapport van voorbereidend onderzoek. Hierbij wil ik dan ook vragen of de commissie de zaak kan aanhouden om een nieuw rapport van voorbereidend onderzoek te maken.
Met vriendelijke groet,
Peter van de Kamp, Huurrechtadviseur

De voorzitter liet de dametjes dit briefje zien en vroeg of zij dat ook hadden ontvangen. Nee, ze kenden het briefje niet. De voorzitter vroeg aan hen of ze de rechtswinkel niet gemachtigd hadden.
"Wat is dat dan nou weer?"
De voorzitter legt heel vriendelijk uit dat je dan een handtekening onder briefje zet waaruit blijkt dat je iemand anders de bevoegdheid geeft om voor je belangen op te komen en om hier voor jullie het woord te doen. Want de verhuurder is hier ook niet aanwezig.
"U zei aan het begin dat die mijnheer van de verhuurder was", en ze draaiden met hun verbaasde gezichten naar de advocaat.
"Nee", legde de voorzitter geduldig uit, "dat is de mijnheer die voor de verhuurder opkomt. U kunt niet het rapport lezen, u begrijpt al dat cijferwerk niet. Dat moet toch een reden voor u zijn om hulp te halen om uw belangen door een deskundige te laten behartigen, zoals de verhuurder dat ook doet. Heel moedig dat u hier naar toe gekomen bent. Maar het helpt u niet veel. U moest naar de rechtswinkel gaan."
De dametjes proberen ons uit te leggen hoe het gegaan was.
"Wij zijn ook bij de rechtswinkel geweest. Daar was een mevrouw die het met ons eens was en die het ook belachelijk vond dat wij van die hoge stookkosten moeten betalen. Jaar in, jaar uit. Daar was wel een mouw aan te passen. En die mevrouw heeft ervoor gezorgd dat het hier bij de rechtswinkel kwam."
De voorzitter snel: "Nee, wij zijn de Huurcommissie. De rechtswinkel is er voor u. Om u te helpen."
"Huurcommissie, Huurcommissie?" hoorden we ze mompelen.

Ik probeer me voor te stellen dat daar mijn oude moeder zat. We hebben de lieve oude vrouwtjes met alle egards bejegend en kunnen hen niet verder tegemoet komen dan vriendelijk voor hen te zijn. We kunnen in alle redelijkheid en billijkheid niet iets bedenken waarom we de uit het rapport sprekende cijfers, die tot hogere servicekosten uitkomen dan die van de verhuurder, moesten negeren. Ook lieve oude dametjes met wit krulhaar vermogen niet dat de procesregels voor hen opzij worden gezet.

De voorzitter tracht een einde aan de zitting te breien en vraagt aan de dames of ze het met de uitkomsten van het rapport eens zijn. Maar dat is duidelijk teveel gevraagd.
De dames nog eens: “Wij willen niet iedere maand vierhonderd euro voor alleen de servicekosten betalen. Ze kunnen wel van alles vragen.”
De voorzitter laat ze uitpraten. Verdere uitleg heeft toch geen zin.
“Wat gaat er nu gebeuren? Wat gaat u doen?”, is uiteindelijk het slotpleidooi.
De voorzitter legt uit dat de Huurcommissie over ongeveer zes weken uitspraak doet en dat de dames en de verhuurder daarvan een afschrift krijgen.
Alsof ze vermoeden dat het niet goed met ze afloopt, hoe vriendelijk wij ze ook behandelen, vragen ze: “Kunnen we daartegen nog iets ondernemen of moeten we het hoofd in de schoot leggen.”
Enig gevoel voor understatement kan hen niet ontzegd worden. De voorzitter memoreert dat als je het met de uitspraak niet eens bent dat je dan naar de kantonrechter kunt gaan.
“Moeten we zeker weer hulp gaan halen?”, roepen ze vertwijfeld.
Met een glimlach zegt de voorzitter dat het wel handig is om dan rechtskundige bijstand in te roepen en meld hen waar ze dat kunnen verkrijgen.
Het briefje van de rechtswinkel daarentegen riep nogal wat vragen op bij de Huurcommissie. Maar laat ik mij beperken tot mijn eigen vragen. Als je als huurrechtadviseur stelt dat de rechtswinkel deze bewoners geadviseerd heeft en geholpen heeft bij het opstarten van de procedures, dan mogen deze twee dametjes er van uit gaan dat ze dus hulp kregen; dat de rechtswinkel hen gaat helpen. Dat in de brief gesteld wordt dat nooit is aangegeven dat de rechtswinkel ook als gemachtigde op zou treden maakt deze dametjes, die niet eens het verschil tussen de rechtswinkel en Huurcommissie weten, niet veel wijzer. De rechtswinkel is hier ronduit in gebreke gebleven en heeft deze oude lieverds op eigen houtje de kastanjes uit het vuur laten halen, het rapport van het voorbereidend onderzoek in hun handtasjes houdend. Want daar konden ze toch niets mee.

Als de huurrechtadviseur beweert graag op de zitting aanwezig te zijn geweest, hoe valt dat te rijmen met het ontbreken van een machtiging?
De commissie zag in de brief van huurrechtadviseur Van de Kamp geen reden om de zaak aan te houden. Als deze er wel was geweest had hij kunnen beamen dat de verstrekking van de nadere gegevens daartoe geen aanleiding konden geven. Van de Kamp kon niet inschatten welke gevolgen de nader verstrekte gegevens zouden hebben op het rapport van voorbereidend onderzoek. Van de Kamp zou dat bij zijn aanwezigheid snel gezien hebben. Hij had in ieder geval moeten inschatten dat zijn afwezigheid de Huurcommissie niet op andere gedachten hoefde te brengen. De gevolgen van zijn afwezigheid laten zich niet raden, maar zijn overduidelijk. De dametjes gaan zelfs meer dan vierhonderd euro betalen.
Jacques Janssen

                © Copyright 2007 | J.M.J.F.Janssen - Hilversum