Verblijf op Aarde

 
 
 
 
 
 
 













































 
Een plek in de jongerenroedel

De arbeidersbeweging had in de eerste helft van de vorige eeuw een goed florerende jeugdorganisatie. De socialistische beweging had de jongerenorganisatie AJC (Arbeiders Jeugd Centrale) en de Katholieke Arbeiders Beweging (KAB) had de jongerenorganisatie, de KAJ (Katho-lieke Arbeiders Jeugd). Alle in Limburg geboren Aardmensen, van wie de ouders het Katholieke geloof aanhingen, waren voorbestemd dit geloof op elke plek te missioneren.












Foto hierboven: DSM chemie te Geleen in 2004.
Foto links: Ondergronds mijnbouwbedrijf in 1951. Een mijnwerker geeft aan een afbouwhamer, waar de kolen mee gedolven wordt, een scheut olie. Foto: Steenkool 1951.
 

Dat is geen loze kreet. Integendeel in de statuten van de KAJ stond het onomwonden. Wat dat betreft draaide men er geen doekjes om. Bij de mijnen, cokesfabrieken en chemische bedrijven werd je bij binnenkomst onmiddellijk lid van de NKMB (Nederlandse Katholieke Mijnwerkers Bond) gemaakt. Omdat deze bond was aangesloten bij of beter gezegd onderdeel uitmaakte van de KAB, was je ook lid van die organisatie. En overal was de kerk aanwezig en had deze in elke club een vinger in de pap met een aalmoezenier in het bestuur, of dat nu een voetbalclub of een fanfare was. Meestal was dat de kapelaan of de pastoor van de parochie. Deze voorposten van de Katholieke Kerk moesten er niet alleen op toezien dat de onderdanen zich gedroegen conform de jarenlange tradities, maar zij dienden ook te voorkomen dat er een socialistische arbeidersbeweging in Limburg voet aan de grond zou krijgen.
Wat dat betreft heeft de Katholieke Kerk in de vorige eeuw danig huisgehouden in het Limburgse heuvelland, ook al heeft de steenkolenmijnbouw in Nederland in vergelijking tot de omringende landen slechts een korte geschiedenis.

Volgzaamheid en conformeren
Dr. L. Kreukels onderzocht de sociale geschiedenis van de steenkolen-mijnbouw in Nederland, waarop hij in 1986 aan de Universiteit Utrecht promoveerde. Kreukels  heeft daarbij uitgebreid aandacht geschonken aan de merkwaardige en weinig verheffende rol die de geestelijkheid in de mijnstreek speelde tot verbetering van de positie van de mijnwerkers, tot beteugeling van het verderfelijke socialisme en tot verdieping van het katholieke geloof. De Limburgse mijnarbeiders waren volgzaam en conformeerden zich vrij gemakkelijk aan datgene wat door de hoge heren en de katholieke kerk werden opgelegd. Met de kennis van nu is dat gemakkelijk vast te stellen, maar ikzelf heb in die dagen er niet onder gele-den. Al snel werd ik door de katholieke vakbewe-ging ingelijfd. Ik werd er met vele anderen van de straat gehouden, we volgden cursussen, deden aan cultuur en namen met de jongerenorganisatie deel aan het maatschappelijk leven. Een oud-kajotter uit Lutterade-Krawinkel (het stadsdeel waar ook ik woon-achtig was) was op een gegeven moment tot inkeer gekomen en bekende zich tot het priesterschap. De man werd in augustus 1959 door bisschop P. Moors tot priester gewijd en dat moest iedereen weten. Er werd uitgepakt. In augustus van dat jaar kwam er onder de naam Appèl Apostolaat een internationaal treffen van kajotsters en kajotters. Vanuit Brussel, waar de internationale KAJ zijn hoofdkwartier had en waar de Belgische kardinaal mgr. Cardijn de scepter zwaaide, werd met motoren kajottersvuur naar Geleen gebracht. Tal van landen stuurden delegaties. Ik raakte internationaal georiënteerd en een jaar later waren we op een internationaal treffen te Londen, te gast van de Engelse zusterorganisatie YCW (Young Christian Workers).
(Naar boven)














Statuten van de Nederland-se Kajottersbeweging. Artikel 2. De KAJ in Nederland, die wil zijn een veroverende apostolische beweging, heeft ten doel;
a. de behartiging van alle belangen, zowel op geeste-lijk als op stoffelijk gebied, der jonge arbeiders in het algemeen en die der leden in het bijzonder.
b. de herkerstening van het maatschappelijk leven.
Daardoor is zij een hulpin-stituut, dat onder leiding van de diocesane kerkelijk overheid met het gezin meewerkt aan de totale vorming van de arbeiders-jeugd. De K.A.J. in Neder-land is de centrale van diensten, die in de behoef-ten en noden der arbeidersjeugd tracht te voorzien. De K.A.J. in Nederland is het vertegen-woordigend lichaam, dat alle persoonlijke en gemeenschappelijke belangen der arbeiders-jeugd te allen tijde en overal bepleit.
























Voor het internationale Appèl Apostolaat mocht ik de reclame-uitingen maken, het vignet ontwerpen alsmede briefpapier en dergelijke.

© Copyright 2004 - 2005 J.M.J.F.Janssen - Hilversum